Boetebeleid bij Informatieplicht

Het Boetebeleid bij Informatieplicht van het Departamento di Impuesto (DIMP) (hierna: Boetebeleid) is opgesteld in overeenstemming met de Landsverordening Internationale Bijstandsverlening Belastingen (hierna: LIBB) van Aruba.
De LIBB bevat bepalingen ten aanzien van de uit internationale verdragen voortvloeiende verplichtingen, waaronder de Common Reporting Standard (CRS) voor de Automatic Exchange of Information (AEOI) vastgesteld door de “Organisation for Economic Co-operation and Development” (OECD). De LIBB stelt Aruba in staat om op internationale schaal samen te werken met andere belastingjurisdicties om belastingfraude te bestrijden en belastingontwijking te voorkomen. De CRS is gericht op het bevorderen van transparantie bij grensoverschrijdende financiële activiteiten.
Datum inwerkingtreding: 21 maart 2025
Voor wie geldt het Boetebeleid?
Dit beleid is van toepassing op alle personen die vallen onder de reikwijdte van de LIBB en die niet voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit deze wet, zoals het niet verstrekken van informatie aan buitenlandse belastingautoriteiten of het verstrekken van onjuiste gegevens.
Onder het begrip personen (zie artikel 1 sub i LIBB), wordt verstaan:
natuurlijke personen;
rechtspersonen;
een vereniging van personen die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten, maar niet de status van rechtspersoon bezit en
een andere juridische constructie, ongeacht de aard of vorm ervan, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die activa, met inbegrip van de daardoor gegenereerde inkomsten, bezit of beheert.
Het betreft bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, aangewezen categorieën van personen, zoals banken of andere financiële instellingen die verantwoordelijk zijn voor het rapporteren van gegevens aan de belastingautoriteiten als andere aangewezen personen die hun verplichtingen met betrekking tot de uitwisseling van informatie met andere verdragslanden niet nakomen.
Boeteprocedure
Het beleid behandelt de procedure voor het opleggen van boetes, de criteria voor het bepalen van de boetebedragen (gebaseerd op de ernst van de overtredingen) en informeert de betrokkene over zijn rechtsgronden voor bezwaar en beroep tegen opgelegde boetes.
Overtredingen en Boetebepalingen
De volgende overtredingen kunnen onder meer leiden tot de oplegging van boetes:
Niet-naleving van informatieverstrekking: het niet indienen van de vereiste informatie aan de bevoegde autoriteit binnen de daarvoor gestelde termijn.
Informatie in gebrekkige of onjuiste vorm: het verstrekken van onjuiste, onvolledige of vertekende gegevens.
Onvoldoende interne controles: het niet implementeren van adequate interne procedures om te voldoen aan de eisen van de LIBB en CRS.
Vertraging in het proces van due diligence: het niet naleven van due diligence-vereisten zoals vastgesteld in de CRS-richtlijnen.
Deze overtredingen kunnen niet alleen leiden tot reputatieschade, maar ook tot financiële sancties. De boetes voor deze verzuimen kunnen variëren, afhankelijk van de ernst en frequentie van de overtredingen en kunnen oplopen tot substantiële bedragen.
Verzuimboetes en vergrijpboetes
De verzuimboetes en vergrijpboetes die opgelegd kunnen worden door de Inspecteur, zijn als volgt.
De bedragen luiden in Arubaanse florins.
Verzuimboete LIBB 12.1
De verzuimboete op grond van artikel 12, eerste lid van de LIBB wordt opgelegd indien aan de verplichting ingevolge artikel 7 of artikel 10 van de LIBB niet wordt voldaan.
Eerste verzuim | Tweede verzuim | Derde verzuim of volgend verzuim |
2.500 | 5.000 | 10.000 |
Verzuimboete LIBB 12.2
De verzuimboete op grond van artikel 12, tweede lid van de LIBB wordt opgelegd indien aan de verplichting tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen ingevolge artikel 6, eerste lid of tweede lid van de LIBB niet of niet tijdig, niet volledig of onjuist wordt nagekomen.
Eerste verzuim | Tweede verzuim | Derde verzuim of volgend verzuim |
2.500 | 5.000 | 10.000 |
Vergrijpboete LIBB 12.3
De vergrijpboete op grond van artikel 12 derde lid, van de LIBB wordt opgelegd indien aan de verplichting tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen ingevolge artikel 6, eerste lid, LIBB niet of niet tijdig, niet volledig of onjuist wordt nagekomen als gevolg van opzet of grove schuld.
Grove schuld | Opzet |
6.2501 | 12.5002 |
1 25% van het maximumbedrag van 25.000.
2 50% van het maximumbedrag van 25.000.
Verzuimboete LIBB 12.4
De verzuimboete op grond van artikel 12 vierde lid, van de LIBB wordt opgelegd indien aan een verplichting tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen ingevolge artikel 6, eerste lid, LIBB, anders dan omschreven in artikel 12 van de LIBB, niet wordt nagekomen.
Verzuimboete |
10.000 |
Verzuimboete LIBB 12.5
De verzuimboete op grond van artikel 12 vijfde lid, van de LIBB wordt opgelegd indien er sprake is van een overeenkomst of praktijk waarvan het primaire doel naar redelijkerwijs moet worden aangenomen, het omzeilen van een verplichting als bedoeld in artikel 6, eerste of tweede lid is, of de daarop berustende bepalingen, geldt die verplichting alsof die overeenkomst, onderscheidenlijk die praktijk, er niet is.
Verzuimboete |
10.000 |
Vergrijpboete LIBB 12.6
De vergrijpboete op grond van artikel 12 zesde lid, van de LIBB wordt opgelegd indien een persoon ingevolge artikel 6, eerste of tweede lid van de LIBB een valse verklaring aflegt, of nalaat informatie te verstrekken met betrekking tot de eigen verklaring.
Grove schuld | Opzet |
6.2501 | 12.5002 |
1 25% van het maximumbedrag van 25.000.
2 50% van het maximumbedrag van 25.000.
Procedure bij het opleggen van Bestuurlijke Boetes
Nog te doen: 1. Vaststellen van een overtreding
Een overtreding wordt vastgesteld door controles die regulier worden uitgevoerd door de FIOT1 en die gebaseerd zijn op de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie.
1 Op basis van de Ministeriele Regeling van 24 maart 2018 is de FIOT (in het kader van CRS-controles) bevoegd tot het opleggen van boetes conform artikel 12 van de LIBB.
Nog te doen: 2. Opleggen van de boete
Wanneer een overtreding wordt vastgesteld, ontvangt de betrokkene persoon een boete bij voor bezwaarvatbare beschikking, inclusief de reden, de hoogte van de boete en de termijn waarbinnen bezwaar kan worden aangetekend. Alvorens een boete wordt opgelegd, ontvangt de betrokkene persoon een kennisgeving, onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust en stelt hem in de gelegenheid binnen een daarvoor te stellen termijn van tenminste twee weken de in die kennisgeving vermelde gronden gemotiveerd te betwisten. Indien niet is voldaan aan de hiervoor genoemde kennisgeving, heeft dat niet de nietigheid van de beslissing tot oplegging van de boete tot gevolg.
Nog te doen: 3. Betaling van de boete
De betrokkene persoon dient de opgelegde boete binnen twee maanden na de dagtekening van de boetebeschikking te betalen.
Nog te doen: 4. Bezwaar en beroep
De betrokkene personen hebben het recht om binnen twee maanden na dagtekening van de boetebeschikking een bezwaarschrift in te dienen bij de Inspecteur. De bezwaarschriften kunnen via het digitaal portaal van de belastingdienst worden ingediend of fysiek bij de balie van het hoofdkantoor worden ingediend. De Inspecteur doet uitspraak op het bezwaarschrift. Indien de betrokkene personen bezwaar hebben tegen de uitspraak van de Inspecteur, kunnen zij binnen twee maanden na dagtekening van de uitspraak in beroep gaan bij het Gerecht in eerste aanleg van Aruba.
Nog te doen: 5. Verjaring boete
De bevoegdheid tot het opleggen van een administratieve boete verjaart na vijf jaren na het einde van het boekjaar waarin de verplichting diende te worden nagekomen2.
2 Landsverordening Internationale Bijstandsverlening Belastingen (LIBB), artikel 12.
Slotbepaling
Dit Boetebeleid kan worden aangehaald als: Boetebeleid bij Informatieplicht en treedt in werking op 21 maart 2025.
Versie 2.0